6 tips om een goede foto te maken voor een e-learning module

woensdag, 03 oktober 2018

Bij het ontwikkelen van e-learningmodules wordt vaak gebruik gemaakt van fotomateriaal. Als jou gevraagd wordt dit te verzamelen en aan te leveren kan dat best een uitdaging bieden. Want hoe maak je een goede foto en op welke manier lever je het materiaal aan?

Wij delen graag een aantal tips met je, waarmee je de kwaliteit van jouw foto’s kunt verbeteren!

1. Zorg voor voldoende licht: Dit vermindert ruis in een afbeelding. 

2. Gebruik een statief: Hierdoor voorkom je onscherpe foto’s door het bewegen van de camera.

3. Orde en netheid: Je zult denken: wat heeft dit met een foto te maken? Door van tevoren een paar minuten de tijd te nemen om de omgeving op te ruimen en te ordenen, zorg je voor minder afleiding in de foto.

Opgeruimd
Rotzooi

4. Haal de bestanden rechtstreeks van het apparaat: Het versturen van afbeeldingen via apps zoals WhatsApp of e-mail zorgen er vaak voor dat de afbeelding verkleind wordt. Hierdoor wordt de kwaliteit een stuk minder. Het beste kun je het originele bestand rechtstreeks van je apparaat afhalen. Versturen kun je dan bijvoorbeeld via WeTransfer of een ZIP bestand.

5. Houd rekening met het schermformaat: Je kunt foto’s maken in landschap-modus en potret-modus. Bedenk goed van tevoren hoe je de foto in de training wilt plaatsen. Hierdoor voorkom je lege vlakken of dat de afbeelding heel klein wordt.

6. Weinig budget? Je hoeft niet te investeren in een dure camera om goede foto’s te maken. Maak gebruik van je mobiel! De camera’s van de mobiel zijn in de loop de jaren flink vooruit gegaan en maken prima foto’s voor het gebruik in een e-learningmodule.

En dan nu aan de slag! Pak je camera erbij en… ga eerst naar de instellingen!

We leggen namelijk ook graag nog wat begrippen uit die je vaak zult tegenkomen op een camera:

Aperture: Bepaalt hoeveel licht op de sensor van de camera komt en wordt aangegeven met f. Bijvoorbeeld f/2.8. De aperture bepaalt ook de scherptediepte van de foto.

  • Lage aperture zoals f/6.3: Zorgt voor minder licht op de sensor maar meer scherptediepte.
  • Hoge aperture zoals f/40: Zorgt voor meer licht op de sensor maar minder scherptediepte.

Aperture F/6,3
Aperture F/6,3
Aperture F/40
Aperture F/40

ISO-waarde: Bepaalt de gevoeligheid van de sensor voor licht. Voor donkere omgevingen kun je de ISO waarde verhogen. Let hierbij wel op: hoe hoger de ISO-waarde, hoe meer ruis je krijgt.

ISO 100
ISO 100
ISO 25200
ISO 25200

Sluitertijd: Is de tijd dat het licht op de sensor valt. Het voordeel van een lange sluitertijd is dat de sensor langer belicht wordt. Daardoor wordt de foto lichter. Ideaal voor donkere omgevingen. Het nadeel hiervan is dat bewegende onderwerpen onscherp worden. Je kunt door een lange sluitertijd ook leuke effecten krijgen zie bijvoorbeeld deze foto van een waterval.

lange sluitertijd, waterval